door Chip Brogden

(Vertaald door Bibi Godschalk)
DEEL 3

“…ze zagen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam (Daniël 3:27ff).”

Het Boek Daniël bevat bemoediging en wijsheid voor ons, die geroepen worden het Restant overwinnaars van De Laatste Dagen te zijn. Het verhaalt een reeks van aanvallen op het restant van de Heer, hoe zij deze aanvallen overwonnen en de preëminentie van Christus lieten zien. We hebben al verschillende principes kunnen identificeren. Laten we ze hier in het kort bekijken.

Ten eerste zien we, dat wanneer het Geheel faalt de Getuigenis uit te dragen, de Heer voor Zichzelf een Restant opricht – een betrekkelijk klein overblijfsel van mensen – om het oorspronkelijke en volledige plan te vervullen, dat de Heer voor het Geheel beoogt. Al wat zij doen, is Gods oorspronkelijke intentie vervullen. Dit klinkt ons misschien erg groots en bijzonder in de oren. Zelfs het woord “overwinnaar” lijkt aan te geven dat wij beter zijn dan de anderen, die verslagen zijn, maar overwinning is toch het normale Christelijke leven? De hele Kerk is feitelijk een restant van mensen, vanuit alle volken geroepen om het Getuigenis van Jezus uit te dragen. Dat is ONZE gemeenschappelijk roeping, niets minder dan dat. Maar in het Boek Openbaring lezen we dat er een restant binnen het Restant blijkt te zijn, een groep overwinnaars geroepen om de preëminentie van Christus zichtbaar te maken te midden van een Kerk, die gefaald heeft in haar gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Dat is de situatie waarin wij ons vandaag de dag bevinden.

Ten tweede ontdekken we, dat elke keer als de Heer Zijn Getuigenis op de aarde herstellen wil door middel van een restant, de vijand komt om de rechtsgeldigheid van die getuigenis te testen. Hij probeert die te bederven, hetzij door compromis óf door gehele vernietiging.

Ten derde zien we dat als reactie van de Heer op tijden van achteruitgang, Hij Zichzelf en Zijn doel voor de eeuwigheid openbaar maakt. Wanneer de Heer een volk voor Zich apart heeft gezet, dat Zijn belangen vertegenwoordigt, begint Hij onmiddellijk het Restant te beveiligen, beschermen, bevestigen en te versterken. Ik wil graag, dat we dat gaan inzien. Wanneer we ons met de Gedachten van God, het Koninkrijk van God en de Wil van God in Christus verenigen, zijn we onverslaanbaar. Dít is het geheim van overwinning. We hoeven niet de Heer te vragen naar ons toe te komen om ons werkje of onze bediening te zegenen. Helemaal niet. In plaats daarvan verlaten wij het stukje grond, waar wij staan en voegen ons bij God. Wij laten onze aardse positie achter ons en komen in een lijn met het Hemelse te staan. We gaan inzien wat het eeuwige Doel van de Heer is en daar richten wij ons op; DAARMEE werken wij samen. En wanneer wij op dié manier met DAT Doel overeenstemmen, komt de Hemel namens ons in beweging. Als onze bediening of werk in harmonie is met die grote beweging van God, kunnen we alleen maar overwinnen.

GODS ULTIEME PLAN

We hebben gewoon niet genoeg respect voor de geweldige energieën van God die werken in de openbaring van Zijn Zoon. We kunnen ze niet inspannen voor onze eigen doeleinden. Dat zou hetzelfde zijn als de bliksem in een papierenzak trachten op te vangen. En dat is wat we doen, als we dingen op onze eigen manier organiseren en dan God vragen Zich met onze projecten te bemoeien. Er zijn ontelbare bedieningen, ‘outreach’ projecten en programma’s die worden opgericht in de Naam van Jezus. Weinig van al deze bedieningen, ‘outreach’ projecten en programma’s komen overeen met de universele wil van God; ze hebben niet het Einddoel van de Heer voor ogen. Het werk voorziet in behoeften, maar niet in de Behoeften van God; het lijkt een doelstelling te zijn, maar er is geen besef van het Ultieme Plan van God. Er is weinig of helemaal geen harmonie met het eeuwige Plan van God.

De “kerkdienst” dient de Heer niet, maar ons. Ik heb niet zo zeer een probleem met de dienst zelf, als wel met het gevoel van onverbondenheid met het Ultieme Plan van God. Vanuit Hemels perspectief gezien kijk ik naar al deze kerkdiensten, samenkomsten en vergaderingen, en wat zie ik dan? Ik zie kleine wervelwinden van activiteit, ieder op zichzelf ronddraaiend, onverbonden met elkaar en erger nog, zonder enige wisselwerking met de Gedachten van God. Alleen maar een eindeloze aaneensluiting van diensten, samenkomsten en vergaderingen die verder geen doel hebben. Een heleboel wind en geluid, dat nergens naar toe gaat. (of zonder bestemming??)

Wat is hier het probleem? Het probleem is dat wij ons gevoel voor het Ultieme zijn kwijtgeraakt. De meeste Christenen begrijpen niet wat “preëminentie” betekent. Zelfs als zij het wél weten, vinden ze het moeilijk dit uit te spreken als zijnde het Doel, dat God voor Christus heeft. Ze snappen ook niet, wat de gevolgen van deze preëminentie zijn voor henzelf, de Kerk, de wereld en de hele Schepping. Dat is niet als kritiek bedoeld, het is gewoon een feit. Hun visie gaat niet verder dan hun eigen kleine wereldje. Het doel van hun geloof is om dingen hier op aarde een beetje meer dragelijk voor zichzelf te maken. God is er om hen te redden, te genezen en hun voorziening te zijn. De Hemel is iets waarover wordt gezongen, een plaats waar ze naar uitzien, maar het is niet iets dat NU werkelijkheid is. Ze kennen het niet als iets om van te houden of iets, dat zichtbaar moet worden gemaakt en invloed moet hebben op de aardse “werkelijkheid”. De Kerk is er om hen overeind te houden van de ene uitzichtloze week naar de andere. Bedieningen bestaan om hen staande en ‘opgepompt’ te houden.

We lijden allemaal aan chronische ‘kleinheid’. Onze God is te klein, onze Jezus is te klein, ons zicht op de Hemel is te klein, ons idee van de Kerk is te klein, ons begrip van Jezus volgen is te klein. Zonder visie zijn we kleingeestige, onbeduidende, nietige mensen. Moge God ons de openbaring van Christus geven! O God, geef ons die visie van Hem! Als we eenmaal verlicht worden en Hem mogen zien, kunnen we niet langer klein blijven. Hij is Gods Antwoord op al onze kleingeestigheid. Deze Getuigenis doorbreekt alle grenzen, overschaduwt alles en is expansief en wordt steeds groter: “Groot is Zijn heerschappij en aan de vrede ZAL GEEN EINDE KOMEN (Jesaja 9:7a).” Niet alleen zal er geen einde komen aan zijn Koninkrijk, maar er zal geen einde komen aan ZIJN UITBREIDING! O God, wij kunnen dat niet bevatten! Wij kunnen dat niet begrijpen! Het kan niet worden samengevat. We zijn niet in staat het binnen onze programma’s te passen. We moeten een manier vinden om er IN te passen en niet andersom.

HET PLAN VAN DE VIJAND

In het derde hoofdstuk van Daniël zien we de derde aanval op het Restant en onmiddellijk worden we geconfronteerd met de geest van de Antichrist. Daar op de vlakte van Dura, middenin Babylon, staat een gouden afgodsbeeld dat zestig el groot is en zes el breed. Hier zien we dan dat nummer zes de mens voorstelt. Hier is een beeld door de mens opgericht, met de opdracht van een mens, dat iedereen het moet aanbidden of anders sterven.

O ja, we dachten misschien dat Nebukadnessar iets zou hebben geleerd van die droom en de uitleg ervan, nietwaar? Nee hoor, hij is nog even verdorven, nog net zo zelfgericht als altijd. Waarheid was voor hem gewoon iets om zijn honger naar kennis te bevredigen, naar iets dat hij niet eerder kende. En hij weet het nóg niet. Hij wil zich er niet door laten veranderen. De prijs is te hoog. Hij is een arme, domme pioen in de handen van de duisternis, verblind door zijn eigen hoogmoed en zelfzuchtige ambitie.

Wat is er met Daniël gebeurd gedurende deze crisis? Dat weten we niet. Hij wordt in dit stuk niet genoemd. Misschien was hij namens de koning voor zaken weg. Wat een prachtige kans voor de duisternis om binnen te komen en te proberen om Chananja, Misaël en Azarja te overvallen. De vijand is gedwarsboomd in zijn onderhandse pogingen van hen ontslagen te raken, en nu zet hij alles op alles om hen openlijk uit te dagen met iets, dat een onoverwinlijke beproeving lijkt te zijn. Als ze zich buigen om het beeld te aanbidden, wint de vijand; weigeren ze zich te buigen om het beeld te aanbidden, worden ze in een brandende oven gegooid en wint de vijand ook. Hoe dan ook, de vijand krijgt wat hij wil. Er lijkt hier geen enkele andere uitweg te zijn.

Hoe zouden wij op deze situatie reageren? Als Babylon het toonbeeld van de geestelijke antichrist is, die nu nog aan het werk is in de wereldse systemen, kan ik je verzekeren dat het 60X6 gouden afgodsbeeld nog altijd verwacht, dat je ervoor buigt. Iedere dag, op deze aarde, wordt je ermee geconfronteerd en wordt er verwacht dat jij het vereert. Daar staat het, duidelijk zichtbaar en het is niet moeilijk ervoor te buigen – een beetje toegeven, een klein compromis sluiten, jezelf even hier of daar laten gaan, niet te strak zijn op dit of dat gebied en ga zo maar door. Ondertussen speelt er prachtige muziek; het lijkt zo goed, zo gerechtvaardigd. Trouwens iedereen doet het! Zelfs andere “Christenen”doen het, dus waarom jij niet?

DE VERLEIDING

Wat is DE verleiding? Wat is het doel van de honderden kleine verleidingen? Is er een overkoepelend doel voor al deze verschillende verleidingen, die ons in het gezicht staren? Ik geloof van wel en ik geloof dat het met dit éne schriftgedeelte kan worden samengevat:

“Kinderkens wees op uw hoede voor de afgoden (I Johannes 5:21).”

Dit vers lijkt helemaal misplaatst in deze eerste brief van Johannes en lijkt bijna een anticlimax voor zo’n prachtige brief, maar het is eigenlijk een heel toepasselijk einde. Johannes is de apostel van de Getuigenis en hij heeft voor ons precies samengevat wat een Overwinnaar is. Laten we eens kijken hoe het in de Engelse Amplified Bible staat:

” Kinderkens weest op uw hoede voor de afgoden (valse goden)[voor enig iets en alles dat een plaats in je hart kan innemen, die voor God bestemd is; voor enig iets dat Hem zou kunnen vervangen en de eerste plaats in je leven zou kunnen innemen].”

Dus wat zegt hij eigenlijk? Aan de ene kant, heb je Gods Ultieme Plan, dat zegt dat Christus in alles de preëminentie zál hebben, beginnende bij iedere individuele discipel, de Kerk als geheel en heel de Schepping. Aan de andere kant heb je de afgoden die gerepresenteerd worden door enig iets en alles, dat tracht dié plek in je hart in te nemen die voor God is bedoeld. Dat betekent dus ook ieder ding dat Hem niet de eerste plaats, de pre-eminentie in je leven geeft. Dit is het zuiverste voorbeeld van de antichrist die door rechtstreekse confrontatie de pre-eminentie van Christus voor zichzelf probeert te krijgen om zodoende Christus van Zijn rechtmatige positie te beroven.

Johannes ziet dit haaks staan op het getuigenis van Jezus. Kijk eens wat hij in zijn derde brief schrijft: “Ik heb hierover aan de gemeente geschreven, maar Diotrefes, die daar de dienst wil uitmaken, [de eerste plaats wil hebben]* trekt zich niets van ons aan. Als ik kom, zal ik zijn gedrag ter sprake brengen. De man verspreidt laster over ons en daar laat hij het niet bij: hij weigert de broeders te ontvangen, verjaagt hen uit de gemeente en houdt degenen tegen, die willen komen.(3 Johannes 9, 10).”

Wat is hier de kern van de controversie? Is Johannes jaloers omdat Diotrefes zijn apostelschap niet erkent? Nee, daar gaat het helemaal niet over. Johannes is jaloers, maar hij is jaloers vanwege DE PREËMINENTIE VAN CHRISTUS, want dat is de essentie van de Getuigenis, de enige reden waarom de Kerk bestaat. En hier is deze man, Diotrefes, die de preëminentie voor zich neemt! Dit kan Johannes niet verdragen. Hij noemt het boosaardig en zegt, dat enig iemand die op deze manier de preëminentie overneemt, God niet heeft gezien. (vers 11). Zijn wij bereid zo’n confrontatie aan te gaan? Kunnen wij deze taal aan? Pastor, hoe zal het jou onder dit licht vergaan? Profeet, zal jij de test doorstaan? En wat van jou, Apostel? En jij Diaken? En jij Oudste? En jij Eerwaarde? En jij Paus? En jij Hogepriester? En jij Tele-evangelist? En jij Aanbiddingleider?

Ik betwijfel of we met een oprecht apostolisch persoon overweg kunnen. We vinden het “profetische” heel belangrijk en besteden er veel aandacht aan en dat is nodig. Maar we moeten naar iets anders kijken dat net zo belangrijk is: wat precies maakt iets “apostolisch”? Een apostel is iemand, die gestuurd wordt om dingen op orde te stellen, om dingen op een fundament te zetten. Het houdt in dat er geen orde of wanorde is, geen fundament of een verkeerd fundament. En de “orde” is CHRISTUS EERST en al het andere onder Hem. Het fundament is CHRISTUS ALS ZIJNDE ALLES IN ALLES. Het is belangrijk om dit te beseffen. Het gaat niet om bisschoppen, oudsten en opzieners, die rondgaan en hun neus in ieders zaken steken, terwijl zij onderwerping aan zichzelf eisen of vrije geesten, die volgelingen zoeken om tienden aan hen te betalen. Zij zijn slechts de incarnatie van Diotrefes, die graag op de eerste plaat zitten en voor zichzelf een naam willen maken. Er is in tweeduizend jaar niets aan hen veranderd. Johannes zegt dat het de ANTICHRIST is, het is DUIVELS en deze mensen hebben GOD NIET GEZIEN.

Wat maakt Johannes apostolisch? Ten eerste heeft hij iets gezien en gehoord. Hij heeft de Openbaring van Christus. Hij heeft het Einddoel van God gezien. Ten tweede is hij apostolisch omdat hij het niet kan verdragen, dat er ook maar iets de preëminentie boven Christus zal innemen. Johannes beschouwt als antichrist enig iets, dat zelf de preëminentie tracht in te nemen in de kerk, die Jezus bouwt; enig iets wat dit de preëminentie geeft, is afgodendienst. Hij wees naar Diotrefes en zei: “Het hele probleem met deze man is dat hij graag de preëminentie wil hebben. Hij wil zichzelf aanmeten, wat Christus en Christus alleen toebehoort. ALS ik kom, zal ik daarom zijn daden onthouden.” Hij was zelf een apostel. Ondanks dat drong hij zichzelf niet op in de situatie en forceerde de zaak niet. Op zich zou dat de ene soort preëminentie voor de andere ruilen. Johannes zal wachten totdat hij gevraagd wordt: maar ALS hij komt, zegt hij, zal hij het corrigeren; zal hij het op orde stellen; zal hij de Getuigenis van Jezus in die samenkomst bevestigen.

Dat is de radicale, ontoegeeflijke houding die wij op ons eigen hart moeten toepassen, want zoals de discipelen zich gedragen, zo is ook de Kerk. Kijk naar de ernst van zijn woorden! “Weerhoud jezelf van ENIG IETS en ALLES dat de plaats in jouw hart, die voor God bestemd is, kan innemen; van enig iets dat Hem ZOU KUNNEN VERVANGEN en de eerste plaats in je leven innemen.” Dit zijn fanatieke, onmogelijke aanwijzingen! Bedoel je echt dat er NIETS in mijn leven op de eerste plaats mag zijn dan Christus? Dat en niets anders? Absoluut, dat is precies waar het van af hangt, precies waar de strijd om is en precies waarom we dagelijks worden verleid. Dit heeft betrekking op een heleboel goede dingen, zoals onze echtgenoot, kinderen, vrienden. Ook op een heleboel religieuze dingen- kerk, bediening, werk, roeping, titel, positie. Ook een heleboel redelijke dingen, een heleboel morele dingen en een heleboel onschuldige dingen. Maar waar het om gaat is, waar past Christus in dit alles? Het enige dat we hoeven te doen om verslagen te worden, is Hem ergens anders zetten en niet op de eerste plaats. Hij is óf Heer van ALLES, óf Hij is HELEMAAL GEEN Heer. DE GETUIGENIS

Als de Getuigenis van Jezus betekent, dat Hij de preëminentie in alle dingen zal hebben, hoe kunnen wij dan die Getuigenis uitleven, als Hij niet de preëminentie in ons eigen hart heeft? Als Hij DAAR niet de eerste plaats heeft, hoe kunnen we dan Zijn preëminentie ergens anders proclameren? We hoeven niet voor afgoden te buigen, het hoeft alleen maar een klein stukje van ons hart te zijn, dat niet overgeleverd is. Misschien een verdeelde genegenheid, een beetje meer liefde hiervoor of daarvoor, iets dat we voorrang geven wanneer Christus vraagt het op te geven en dan hebben we al voor de antichrist gebogen. Dan dragen we het merkteken al. O, het is zeer ernstig en diepgaand en we moeten bij God komen om alles over te geven, anders wordt de Getuigenis verhinderd. Zie je dat?

Er was onder het restant geen discussie over, geen vraag naar, of ze zich voor het beeld zouden buigen of niet. “Wij vinden het niet nodig, Nebukadnessar, uw vraag te beantwoorden.” Met andere woorden, “Hier hoeven we niet eens over na te denken. Wij maken ons er niet ongerust over en we twijfelen er geen seconde aan. Wij dienen een levende God en onze God is in staat ons uit het ergste, dat u ons kan aandoen, te redden. Hij zal ons uit uw hand redden. Wij hebben ons op één lijn met Hem gesteld, opdat Zijn Doelstelling op deze aarde zichtbaar wordt. Dat kunt u niet tegenhouden. Maar ook al redt Hij ons niet, zullen wij uw goden niet vereren noch buigen voor het beeld dat u hebt opgericht.”

Hoe konden zij de Getuigenis behouden? Ze aarzelden niet met hun antwoord, omdat ze de vraag al miljoenen keren eerder beantwoord hadden in ontelbare verleidingen en testen, die er op gericht waren hen een beetje links of een beetje rechts van de Smalle Weg te laten wandelen. Ze hielden voet bij stuk. Dagelijks overwonnen ze. Het was voor hen een van de alledaagse dingen, een dag in het leven van een Overwinnaar. Zo zijn we; we staan op de bres voor het Koninkrijk en de Wil van God. Dat is alles. Het maakt niet uit of het beeld 60 el of twee meter lang is en of het überhaupt in hoogte of breedte gemeten kan worden. Of het vlees is, wijn, vrouwen, macht, aanzien of buigen voor dit of dat ding, zij het uiterlijk of innerlijk. Wij zijn onderdanig aan een Koninkrijk dat alles vervult, een Christus die de preëminentie over alles heeft, een Naam boven alle namen.

En je weet hoe het verhaal verder gaat, waarom ze als gevolg van deze Getuigenis in een brandende oven werden gegooid. Ze vielen vastgebonden middenin het vuur. Ik heb televisie programma’s gezien waarin men tracht uit te leggen dat de drie mannen gered werden omdat ze ergens in een koele hoek van de oven stonden . Maar de Schrift vertelt ons dat ze middenin het vuur vielen. Ze werden in het heetste gedeelte gegooid en even leek het, dat de duisternis hen had overmeesterd. Ze hadden zich niet gebogen, dat verwachtten we al, dachten ze, maar nu zijn we eindelijk van ze af. Maar…

“[Nebukadnessar] vervolgde,”Ik zie VIER mannen vrij rondlopen in het vuur. Ze zijn ongedeerd en de vierde lijkt op een Godenzoon (Daniël 3:25).”

Ga terug naar wat ik eerder heb gezegd: als wij ons in een lijn met Gods Gedachten, Gods Koninkrijk en Gods wil in Christus stellen, zijn we onoverwinnelijk. Ik bedoel hiermee natuurlijk niet, dat we niet kunnen sterven of nooit verleid of getest zullen worden. Velen hebben al hun leven voor de Getuigenis moeten geven en vele anderen zullen dat ook nog doen. Met “onoverwinnelijk” bedoel ik iets dat veel dieper gaat dan het verlengen van het aardse leven; het gaat hier om overwinnen zoals Hij overwon. Overwinnen is niet het kwaad uit de weg gaan, maar doorzetten ondanks het kwaad. De Heer omzeilde de dood niet om te kunnen overwinnen; Hij confronteerde de Dood, de Hel en het Graf, keek die recht in de ogen en kwam er aan de andere kant in de Opstanding weer uit. De dood heeft geen macht over hen die gestorven zijn en opgewekt in het nieuwe leven; daarom moeten wij ook ons kruis opnemen, ons leven afleggen en sterven, opdat we kunnen leven.

Overwinnaars kunnen niet altijd de hete oven vermijden, maar wanneer zij erin worden gegooid, wandelen zij rustig midden in het vuur. Dit bedoel ik natuurlijk figuurlijk. De Bijbel heeft het over de vuurproef, die ons deel is en die wij moeten doorstaan. De vuurproef is de methode die God toepast om ons naar Christus te leiden, die alles van vleselijke en menselijke oorsprong verteert. Zoals deze drie gaan we misschien gebonden het vuur in, maar we komen er zonder ketenen uit. De drab is verteerd en het zilver is gezuiverd.

Overwinnaars zijn zij, op wiens lichaam het vuur geen vat heeft (Daniël 3:27a). Zelfs in de brandende oven worden zij niet verteerd, slechts gezuiverd en gereinigd. Het doet hen meer lijken op het beeld van de Vierde Man, de zoon van God, de Heer Christus. Het vuur heeft geen macht over hen, omdat het vuur geen macht over Hem heeft en Hij is in hun midden. Ze zoeken het vuur niet op, maar ze deinzen er ook niet voor terug als het komt. Ze vragen niet om verleid en beproefd te worden, maar ze zijn er ook niet bang voor. Ze zoeken de duivel niet achter ieder bosje, maar als ze hem tegenkomen, tonen zij de preëminentie van Christus over alle dingen en dwingen hem voor Christus te buigen. Dit is de Getuigenis van Jezus en de bediening van de overwinnaars.

De Heer openbaart Zichzelf aan ons wanneer het vuur het heetst brandt, als we radeloos zijn. Als we zelf niets meer kunnen doen, staat Hij op de bres voor ons. Midden in het vuur kunnen wij van Hem op aan als wij Hem te allen tijde dienen, al is er geen vuur. Zoals wij ons op Zijn Wil en Zijn Koninkrijk zijn blijven richten temidden van een universeel compromis, duisternis en leugen, zo zal Hij bij ons staan te midden van verleiding, testen en beproeving. Waartoe dan? Dat de Preëminentie die wij geproclameerd hebben zichtbaar mag worden. Hij zal de situatie beheren en Zijn trouw laten zien. “Er is geen andere God die kan redden als deze (Daniël 3:29b).”

Lees deel 4 >>

Chip Brogden
CHIP BROGDEN is a best-selling author, teacher, and former pastor who shares "real, simple, truth" about a Christ-centered faith that is based on relationship, not religion. Learn more »

FREE BOOK - DOWNLOAD NOW!

Success! Keep an eye on your email for the download link.

Pin It on Pinterest

Like this post?

Share it with your friends!